De betrekkelijkheid van duurzaam

Het toverwoord van deze tijd is duurzaam. Ieder bedrijf is het. Iedere politicus maakt het tot zijn speerpunt.Voor de journalist is het hoofdonderwerp. Voor de onderwijzer is het verplichte lesstof.

Het moet dan wel ontzettend belangrijk zijn, dit ‘duurzaam’. Als je een algemene waardering wil geven voor het begrip, luisterend naar alle bovenstaande professionals, kom je op ‘wereldreddend gedrag, noodzakelijk om de ondergang van de mensheid en de aarde te voorkomen’. Bam…………, dat is niet niks. De voorraden van onze wereld raken op en de homo-sapiens zal daardoor uitsterven als er niet kordaat en grondig wordt ingegrepen in het gedrag van de morsende mens.

Als het er zo beroerd voorstaat dan zullen de signalen overduidelijk zijn en is het verval hier en daar al ingetreden. Daarom wil ik erop uit trekken en verslag doen van de gevaarlijk krakende toestand waarin wij ons bevinden. Slechts ter ondersteuning van bovenstaande vakmensen en als mijn persoonlijke bijdrage aan het stoppen van de teloorgang.

Grondstoffen
Het eerst breng ik een bezoek aan de voorraadkamers van ons hemellichaam. In verwachting bezorgde magazijnmeesters aan te treffen die de laatste restjes van de bodem aan het schrapen zijn, zet ik mijn morele weerbaarheid op de hoogste stand. Ik loop naar de afdeling aardolie, een niet onbelangrijke basisstof in ons hedendaags bestaan. Ik tref een heel relaxte beheerder aan die mij uitlegt dat de voorraad eindeloos lijkt. Hij vertelt over grote recente vondsten in Engeland en Israël. Heel enthousiast is hij over de ruime reserves van Venezuela, Saudi Arabië en Mexico. Ook wordt er terloops een opmerking gemaakt over de grootse verwachtingen in de Noordpoolbodem. Hij wijdt uit over de onvoorstelbare voorraden gas, zowel winbaar als gewoon aardgas als in de vorm van schaliegas. Onze wachtmeester schiet in de lach als hij over het begrip ‘peakoil’ begint. Pessimisten voorspellen al sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw dat de top-productie dag achter ons ligt terwijl deze in de praktijk nog steeds mijlen ver voor ons ligt. Grinnikend laat hij mij onderstaande grafiek zien:

olieproductie

Ik vraag hem voorzichtig een schatting te maken voor hoeveel jaren er nog voorraad is maar daar wil hij niet aan; “nog honderden jaren, zo niet duizenden want de mens is inventief”, mompelt hij goed verstaanbaar. Zijn ogen gaan plotseling glinsteren en met een verontschuldigend gebaar roept hij: ‘Dan heb ik het nog niet eens over steenkool gehad”. Hij rommelt in zijn archiefkast en laat mij dan een document zien met een gezicht van ‘mij maak je niets’.

steenkool

Hij kijkt mij strak aan omdat hij alles van mijn verbazing wil zien. Na een tijdje zegt hij triomfantelijk: “Heb je het bij olie al over zeer grote reserves, bij steenkool is het helemaal gigantisch. De voorraad steenkool is een veelvoud van wat wij als aardbewoners tot nu toe hebben gebruikt. Dat komt goed uit want nog lang niet iedereen woont en leeft even luxueus als de westerling. Maar onze aardbol is gul; er is meer dan genoeg voor iedereen”. Ik besluit om maar niet met hem in gesprek te gaan over ‘schadelijke stoffen’. De man is zo enthousiast en overtuigd van zijn grote voorraden dat ik vrees dat het de sfeer zou bederven. Uit een ordner haalt hij een derde papier. Het document wordt opengeslagen op de tafel. Hij wijst op de prognoses en laat zien dat er voor hem de komende jaren nog veel werk is in het magazijn:

productieolietoekomst

Ik neem afscheid van de man en trek voor mijzelf de conclusie dat de zorg van de wereld betreffende ‘duurzaam’ niets met de olie, gas en steenkool voorraden te maken heeft. Waarschijnlijk zal dit op heel andere gebieden liggen.

Metalen
Mijn volgende bezoek is aan transporteur van metalen. Hij is gespecialiseerd in het vervoer van ertsen en in halffabricaten van alle metalen. Ik bereid mij geestelijk goed voor op de ontmoeting. Volgens de Duurzamen zal hij binnenkort zonder werk komen te zitten hetgeen wel zijn sporen zal hebben achtergelaten in mans ziel en lijf. Als ik het terrein op loop, komt een gezette man met een stralende toet op mij afgelopen. “Het zal een medewerker zijn”, is mijn veronderstelling. Er volgt een hartelijke begroeting en tot mijn verbazing blijkt de blakende persoon mijn afspraak te zijn. Hij staat er op om mij eerst over zijn terrein rond te leiden. Voorzichtig open ik het gesprek. Mijn eerste vraag gaat over de wijze van afbouwen van de grote transportvloot. Mijn gastheer kijkt mij onbegrijpend aan. Er is duidelijk enige toelichting nodig. Ik leg hem alles uit over de stress van de Duurzamen. Tegelijk kijk ik rond en zie een enorme bedrijvigheid. Geen halfvolle vrachtwagens en lege containers. Overal liggen diverse metaalsoorten huizenhoog opgestapeld en de ertsen liggen in hoge bergen op de achtergrond. Het blijkt dat de man goed op de hoogte is van stand van zaken. “Stel je een groot vel tekenpapier voor”, zegt hij. “Zet daarop een stip met een potlood en teken daarnaast een vierkant met een zijde van 1 kilometer”. Ik zie deze ongelijke strijd voor me en ik knik. “De stip stelt de hoeveelheid delfstoffen voor die de mensheid tot nu toe heeft verbruikt en het vierkant geeft aan hoeveel er nog beschikbaar is op aarde”. Mijn verbazing staat kennelijk duidelijk in de grimassen van mijn gezicht te lezen want de man legt het verder uit. “Wij hebben slechts wat geprikt in de korst van de aarde, de diepere lagen zijn nog een groot geheim. We weten wel waaruit deze lagen grotendeels bestaan maar we hebben ze nog niet aangeboord. Om zijn verhaal kracht bij te zetten laat hij me een afbeelding van onze planeet zien:

aarde

Hij bergt het document weer op. Zijn stellingname is overduidelijk. De mens kan nog wel even vooruit met de beschikbare materialen. We spreken verder over het nut van hergebruik. Het blijkt dat de man daar ook een aardige business-case op heeft ontwikkeld. Het heeft voordelen reeds geproduceerde metalen weer te gebruiken omdat dat prijstechnisch heel interessant is. Bovendien voorkom je zo dat onze leefomgeving een grote schroothoop wordt. Maar qua voorraden grondstof zouden we alles kunnen weggooien want de voorraad is onvoorstelbaar. Ik geef de man een hand en bedank hem voor zijn verhaal.
In mijn missie de Duurzamen te ondersteunen ben ik echter geen stap verder gekomen.

Voedsel
Ik gooi het over een andere boeg. Voorraden genoeg maar de mens heeft niets aan bezit als hij niets te eten heeft. Daarover hebben mijn opdrachtgevers ook grote zorgen geuit. Wij dienen anders om te gaan met de wijze van voedselproductie omdat anders de velden zullen verschralen en uitgemergeld raken waardoor er voor ons als aardmensjes een vreselijke hongerdood te vrezen valt. Via een goede kennis kom ik in contact met boer Krelis. Deze man is een autoriteit op het gebied van voedselproductie. Letterlijk alles heeft hij al verbouwd en alle dieren die een rol spelen in onze maaltijd kent hij door en door. Langzaam rijd ik het boerenerf op. Het is een groot modern boerenbedrijf. Een separate woning en verder grote hallen omringd met sleufsilo’s.
“Het gaat niet goed met ons voedsel”, zo gooi ik maar meteen mijn troefkaart op tafel. Boer Krelis is een academisch geschoolde agrariër die een goede kijk heeft op dit vraagstuk, zo zal ik spoedig merken. “Hoe bedoel je?”. “De aarde is op termijn niet in staat ons te voeden als wij doorgaan met hem uit te buiten”. Zo, het hoge woord is er uit. Ik heb de Greenpeace boodschap gedeponeerd in het hol van de leeuw.
Krelis krabt zich een keer achter het oor. Hij kijkt naar buiten waar het wuivende graan hem begroet. Zijn blik glijdt over de groentetuinen die voor een deel onder glas zijn aangelegd. Zonder een woord te zeggen, pakt hij de afstandbediening van de TV en zet deze aan. Het blijkt om een hypermodern informatiescherm te zijn. Het eerste beeld biedt zich aan:

landproductie

Krelis kijkt met een schuin oog naar mij. “Hier staat het antwoord op je vraag”, krijg ik te horen. “Boeren halen van steeds minder land, meer producten. Er vindt een rasveredeling plaats naast efficiënte landbouwmethoden”. “Deze ontwikkeling is al gaande sinds er mensen rondlopen. Wij zijn als soort heel goed in staat ons technieken zodanig te ontwikkelen dat we ons zelf in stand kunnen houden. De aarde kan wel 20 miljard mensen voeden, waarbij we het voedsel voor deze groep van een kleiner stuk grond halen als we nu in gebruik hebben. Deze trend zie je bij alle producten. Kijk maar eens naar dit beeld waar ik appels met peren ga vergelijken, de productie is in 60 jaar vertienvoudigd:”apelsperen

Ook bij de veeteelt doet zich deze ontwikkeling voor legt Krelis uit. “Een koe geeft vandaag veel meer melk met ook nog eens hogere waarden dan dat 50 jaar geleden het geval was. Dit danken we aan betere fokprogramma’s, doelgerichte bestrijding van ziekten en niet te vergeten een uitgekiend voerprogramma”.
Van Krelis krijg ik verder te horen dat de trend naar biologisch voedsel wel een bedreiging inhoudt. Hoewel hij niet verwacht dat deze markt substantieel gaat worden, moeten we toch de vinger aan de pols houden. Hij verklaart dit door te wijzen op de neiging van het terugdraaien van de klok. Hierdoor krijg je, zo begrijp ik van hem, een omgekeerde ontwikkeling waarbij de opbrengst per koe en hectare weer gaat dalen. “Dan zal onze wereld uiteindelijk te klein blijken”, zo voorspelt hij met een Nostradamus blik in zijn ogen.
Ik rij terug naar huis, enigszins moedeloos. Wat moet ik in vredesnaam aan de Duurzamen vertellen. Ik besluit voor een andere benadering te kiezen. Morgen gaat mijn missie voor een duurzame wereld verder maar dan ga ik op bezoek bij een econoom en een geoloog.

De econoom
“Er zijn twee uitersten om een economie te ontwikkelen; de geleide economie en de vrije economie”. De econoom kijkt bij deze woorden mij uiterst serieus aan. Ik schud mijn hoofd. Dat is niet, waar ik naar toe wil. Mijn vraag is misschien niet duidelijk geweest. Ik wil van de econoom graag horen waarom ‘duurzaam’ de mensheid en de aarde gaat redden. Wat is zijn visie daarop? De econoom lacht begrijpelijk als hij mijn opmerking hoort. “Ik ga wat te snel”, merkt hij droogjes op. “Mijn antwoord is precies waar je om vroeg, maar ik heb een paar stappen weggelaten. Die fout maak ik wel vaker. Dan ga ik ervan uit dat ieder mens in principe economisch denkt. Natuurlijk is dat niet zo; mensen denken vaker emotioneel dan economisch”. Vervolgens legt de econoom uit wat hij heeft weggelaten. Ik krijg te horen van hem dat als ‘duurzaam’ een opgelegd mantra van de overheid wordt, daartoe geïnspireerd door milieuclubs, onze economie zich gaat gedragen als een geleide economie. Er komen dan allerlei bindende productievoorwaarden waarmee de markt wordt gestuurd. Het effect van een geleide economie is goed af te lezen aan het succes van twee buurlanden. De een heeft gekozen, al dan niet op duurzame inspiraties, voor een geleid systeem, terwijl de buren de ruimte hebben gegeven aan een vrije economie, daarbij vertrouwend op de automatische correcties van de markt. De econoom toont mij daarna de successen van beide keuzes:

korea

Ik ben nieuwsgierig naar die automatische correcties. “Wel”, zo antwoordt de econoom: “In een vrije markt krijgen producten de feitelijke waarde. Als grondstoffen schaars worden, zal de prijs hiervan stijgen en daarmee de prijs van het product. Anderen zien een mogelijkheid ontstaan en ontwikkelen een vervangend product, gemaakt van heel andere materie. Zo wordt er naadloos over gegaan van product A naar B zonder dat de overheid zich er mee bemoeit. De markt levert steeds op het juiste moment het juiste product waardoor deze economie zich maximaal ontwikkelt. Een keus voor een geleide economie daarentegen is vaak ingegeven door verkeerde raadgevers en leidt tot verpaupering en armoede”. Ik begin het door te krijgen. In een vrije economie is ‘duurzaam’ helemaal geen issue. Het gaat altijd op zijn ‘duurzaamst’ zolang de overheid zich er niet mee bemoeit. De vrije markt dwingt de consument en producent altijd in de goede richting. Met enige huivering denk ik terug aan de Sovjet-tijd. Lange rijen voor een winkel met vrijwel lege schappen. Tegelijk schiet het door mijn hoofd dat ik voor de Duurzamen nog steeds niets zinnigs heb kunnen doen.
Ik wil mij een goed mens voelen en vestig mijn hoop op de geoloog/astronoom. Binnenkort ga ik bij haar op bezoek. Daar zal de sleutel liggen die mijn bijdrage aan een betere wereld zal inleiden.

De geoloog/astronoom
Het is gezellig, we drinken een kop thee en de oude dame serveert er een lekker koekje bij. “Waar waren we gebleven”, zegt ze als ze weer gaat zitten. We bespreken het mysterie van het heelal en de bescheiden rol van de mens in het geheel. Ongelofelijk, hoeveel kennis de dame heeft over dit onderwerp. “Materie is verzamelde energie”, zo gaat ze verder, “als je materie verbruikt dan transformeer je het in feite. Bij verbranding komt de energie  weer vrij en er ontstaat andere materie. De vrijgekomen energie vestigt zich weer in nieuwe materie. Op deze wijze is alles een grote kringloop en raakt er nooit iets op. Eigenlijk is het heelal vanuit zichzelf heel duurzaam. De rol van de mens is daarin geheel ondergeschikt”.

Maar het gesprek krijgt daarna een heel andere wending. De dame is ook zeer betrokken bij de ruimtevaart. “De mens staat op het punt de ruimte te exploiteren”, is haar stellige overtuiging. “Misschien duurt het nog 100 jaar maar dat is op de schaal van ons bestaan gelijk aan morgen. Er gaan ruimtevaartuigen komen die in slechts een paar dagen de andere planeten van ons zonnestelsel kunnen bereiken. Alle grondstoffen die we hier op aarde bezitten, daarvan heb je in het zonnestelsel het duizendvoudige. Met deze ontwikkeling in het achterhoofd is een zorg over een duurzame aarde wel een heel achterhaald station. Zo bestaat de maan Titan van Saturnus vrijwel geheel uit koolstof. Aan olie-achtige grondstof is dus geen gebrek de komende 10.000 jaar en aan alle andere stoffen ook niet”.

saturnus_ringenstelsel

Tsja, wat moet je dan nog. Ergens ben ik heel blij. De wereld heb ik van een probleem verlost; er is geen probleem. Maar hoe vertel ik het de Duurzamen. Hun wereld is gebouwd op dit probleem en deze zal met mijn informatie instorten en dat is niet ‘duurzaam’. Ik besluit maar niets te zeggen.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s